Landbouw & Voeding - Wet & Regelgeving

Bij het gebruik van biotechnologie binnen de landbouw en voeding is met name de genetische modificatie (GM) van planten en dieren aan een groot aantal wetten en regels onderhevig. Het merendeel van deze wetten en regels is gebaseerd op Europese richtlijnen en verordeningen.

Eén hele belangrijke voorwaarde voor het mogen toepassen van genetische modificatie (GM) is dat het genetisch gemodificeerde organisme (GGO) veilig is voor mens, dier en milieu en dat het, wanneer het gaat om voedingsmiddelen, ook veilig gegeten kan worden door mens en dier. 

Er zijn ook regels die er voor moeten zorgen dat GGO's of GM materiaal nauwkeurig gevolgd kunnen worden in de productieketen. Daardoor weten we precies welke grondstoffen GM materiaal bevatten. Dat is belangrijk om in de eindproducten aan te kunnen geven of er gebruik is gemaakt van GM of niet, zodat de consument bewust kan kiezen tussen GM-vrije producten of producten die wel GM materiaal bevatten.

Veldproeven

Kleinschalige veldproeven zijn nodig om te onderzoeken of het GM organisme daadwerkelijk doet waarvoor het bedoeld is. Koolzaad bijvoorbeeld kan zo worden gemodificeerd dat het ongevoelig is voor bepaalde schadelijke insecten. Met behulp van een veldproef kan dit in de praktijk worden aangetoond. Er zijn in Nederland verschillende bedrijven en onderzoeksinstellingen die dit soort proeven, op testveldjes van hooguit enkele hectaren groot, uitvoeren.

Voor een veldproef met GGO’s moet een vergunning worden aangevraagd bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). De beslissing van VROM wordt genomen aan de hand van de richtlijn voor de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) in het milieu (richtlijn 2001/18/EG). Deze richtlijn is opgesteld door de Europese Unie en in Nederland vastgelegd in het besluit GGO. Op basis van deze richtlijn beoordeelt de minister of levende GGO's kunnen worden geïntroduceerd in het milieu.

In de praktijk gaat het dan vaak om genetisch gemodificeerde landbouwgewassen. Het ministerie krijgt hierbij ook vaak advies aan de Commissie Genetische Modificatie (COGEM), een commissie van deskundigen op het gebied van genetische modificatie.

Naar boven ↑

Grootschalige marktintroductie

Als na een serie veldproeven blijkt dat het gewas met de nieuwe eigenschap geschikt is voor commerciële teelt, zal de producent in kwestie (doorgaans een zaad- of veredelingsbedrijf) een aanvraag doen voor marktintroductie van het GM gewas in de EU. Als de aanvraag wordt goedgekeurd betekent dat dat boeren het gewas vanaf dat moment commercieel kunnen gaan telen.

Voordat het GM gewas daadwerkelijk mag worden geteeld, moet het eerst worden opgenomen in de Europese rassenlijst, net als alle andere nieuwe rassen. Door GM wordt immers in feite een nieuw ras gemaakt. Als het GM gewas is geregistreerd in de Europese rassenlijst, mag het worden geteeld.

Ook wanneer het gewas (in de vorm van zaad, vruchten of knollen) in de Europese Unie (EU) wordt geïmporteerd, moet er ook een aanvraag voor marktintroductie van GM gewassen worden gedaan. De Europese Commissie (dagelijks bestuur van de Europese Unie) beslist hierover aan de hand van regels vastgelegd in de Europese richtlijn 2001/18/EG.

Toestemming via deze richtlijn volstaat voor planten of gewassen die we niet eten, bijvoorbeeld GM populieren, en wil overigens nog niet zeggen het product ook voor voeding en veevoer mag worden gebruikt.

Na de markintroductie moet de aanvrager het GM gewas in de gaten blijven houden. Dat noemen we 'monitoring'. De vraag is namelijk of het gewas, zoals voorspeld, geen schade toebrengt aan mens of milieu. Mocht dat alsnog wel het geval zijn dan moet het bedrijf maatregelen treffen om de schade zoveel mogelijk te beperken.

Naar boven ↑

Voedingsmiddelen

Wanneer GGO's in de productie van voeding of diervoeder worden gebruikt, gelden er namelijk weer andere regels. Zo moet de Europese Commissie eerst toestemming geven, voordat bijvoorbeeld GM maïs voor popcorn mag worden gebruikt of GM soja voor veevoer.

De Europese Commissie heeft hiervoor de verordening voor genetisch gemodificeerde (GM) levensmiddelen en diervoeders (verordening 1829/2003) opgesteld. Aan de hand van deze verordening bepalen de Europese Commissie en de lidstaten van de EU of het GM gewas veilig is voor milieu, mens en dier en in het bijzonder of het veilig is voor consumptie.

Een belangrijke adviserende rol hierin speelt de Europese Voedselautoriteit, een instelling van de EU. Pas nadat alle autoriteiten toestemming hebben gegeven mogen GM gewassen gebruikt worden in levensmiddelen of veevoer.

Twee testen om aan te tonen of een product GGO's of GM ingrediënten bevat: De DNA-test (links): Bij genetisch gewijzigde organismen is een stukje vreemd DNA ingebracht. De DNA-test spoort dat DNA op in producten. De eiwittest (rechts): Bij genetisch gewijzigde organismen is een vreemd stuk DNA ingebracht. De eiwit-test spoort in producten het eiwit op waarvoor dat DNA codeert.

Naar boven ↑

Etikettering en traceerbaarheid

Op het etiket van een levensmiddel moet worden vermeld of het ingrediënten bevat die afkomstig zijn van genetisch gemodificeerde (GM) gewassen; bijvoorbeeld olie van GM soja of GM koolzaad. Deze vermelding heeft niet zozeer te maken met de veiligheid van het product, maar is bedoeld om consumenten te informeren over de aanwezigheid van GM ingrediënten in het product.

De consument kan dan zelf beslissen of hij een product met GM ingrediënten wil kopen of niet. Als bijvoorbeeld popcorn is gemaakt van GM maïs moet de producent van de popcorn dit vermelden op het etiket.

De GM maïs kan echter ook in andere voedingsmiddelen worden gebruikt waarvan het minder duidelijk is dat er maïs in zit, zoals bindmiddel op basis van maïszetmeel in soep. Dat maakt het lastig voor de soepfabrikant om vast te stellen hoeveel GGO's of hiervan afgeleide producten uiteindelijk aanwezig zijn in een partij soep. Daarom zijn er regels die de leveranciers van de ingrediënten verplichten om bij te houden hoeveel GM materiaal hun grondstof bevat.

Die informatie geven zij door aan de volgende schakel in de voedselproductieketen. Zo wordt duidelijk hoeveel GGO's of afgeleide ingrediënten het product bevat. De Europese Unie heeft vastgesteld dat in voedingsmiddelen waar meer dan 0.9% GGO's of eindproducten van GGO's in zitten, dit moet worden vermeld op het etiket.

In Nederland controleert de Voedsel en Warenautoriteit via steekproeven of fabrikanten zich houden aan de etiketteringplicht. Dat doen ze door de administratie van grondstoffen te controleren. Ook kunnen ze met een testje aantonen of een product GGO's of GM ingrediënten bevat.


De redactie is benieuwd naar jouw mening over dit artikel. Klik hier om te reageren.