Industrie & Milieu - Wet & Regelgeving

Voor het werken met bacteriën, virussen, schimmels en cellen binnen het lab of de fabriek gelden regels. Sommige micro-organismen kunnen een gevaar opleveren voor diegenen die ermee werken. Denk bijvoorbeeld aan besmettelijke bacteriën of griepvirussen.

Daarom is er wetgeving voor de 'biologische agentia'. Dat zijn micro-organismen zoals schimmels, bacteriën, virussen, celculturen, endoparasieten en hun uitscheidingsproducten, die een schadelijke invloed kunnen hebben op organismen waaronder de mens.

Biologische agentia

Biologische agentia worden in vier categorieën gedeeld. Dit wordt gedaan op basis van besmettelijkheid, mogelijke therapie bij besmetting en de gevolgen van een besmetting. In de eerste categorie zitten de minst schadelijke en in de vierde meest schadelijke biologische agentia. De regelgeving over biologische agentia maakt onderdeel uit van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

GGO-vergunningen

Wanneer een onderzoeksinstelling of bedrijf in het laboratorium gebruik maakt van micro-organismen die genetisch gemodificeerd worden of zijn (GGO's), moeten zij hiervoor verschillende vergunningen hebben. Deze vergunningen worden verleend door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). Het ministerie wordt hierbij geadviseerd door de Commissie Genetische Modificatie (COGEM), een commissie van deskundigen op het gebied van genetische modificatie en de mogelijke risico's van het gebruik van GGO's voor mens en milieu.

In tegenstelling tot het doelbewuste introduceren van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) in het milieu, gaat het bij werken in het lab om ingeperkt gebruik van die GGO's: ze blijven in principe binnen de muren van een lab of installatie. Voor ingeperkt gebruik is een vergunning nodig voor de ruimte waarin het lab zich bevindt en voor de werkzaamheden die in die ruimte worden uitgevoerd.


De redactie is benieuwd naar jouw mening over dit artikel. Klik hier om te reageren.